Hoe weten we dat de top bereikt is?

Toppen blijken zelden duidelijk herkenbaar op het moment dat ze gevormd worden.

Hoe weten we dat de top bereikt is?

Een top in een bullmarkt is zelden het spiegelbeeld van een bodem in een bearmarkt. Bearmarkten zijn heftig: markten kelderen. Maar pieken ontstaan veel geleidelijker en minder dramatisch. Juist daarom worden ze vaak gemist op het moment dat ze ontstaan. 

Dit inzicht is belangrijk om te bepalen of de markt haar hoogtepunt eind oktober al heeft bereikt of nog ruimte heeft voor een nieuwe stijging. Wie denkt dat toppen hetzelfde gedrag laten zien als bodems, kan makkelijk concluderen dat de bullmarkt nog springlevend is, omdat de aanloop naar de recente top zo rustig verliep. Maar zo gaat dat vaker rond toppen, schrijft Barron's.

Omhoog kruipen versus instorten

Onderzoek van Ned Davis Research laat het verschil duidelijk zien. In een analyse van bull- en bearmarkten sinds 2000 zijn de koerspatronen vergeleken in de vijftig handelsdagen vóór een markt­top of markt­bodem. Daarbij is de stand van de S&P 500 op de dag van de top of bodem gezet op 100.

De lijnen vertellen een helder verhaal. Voor bodems zie je een scherpe daling. De index levert gemiddeld bijna twintig procent in tijdens de vijftig dagen voor de bodem van een bearmarkt wordt aangetikt. De aanloop naar een piek oogt veel rustiger. De markt klimt dan doorgaans slechts licht.

Beleggerssentiment: geen knal, maar een zucht

Het verschil tussen de twee situaties komt ook naar voren in het sentiment van beleggers. Waar het bij bodems draait om angst, gaat het bij een top vaak om uitputting. Een bullmarkt eindigt daarom meestal niet met een knal, maar met een zucht.

Dat is goed te zien in het sentiment van kortetermijnbeleggers, dat wordt gemeten via de Hulbert Stock Newsletter Sentiment Index (HSNSI), die de gemiddelde aandelenblootstelling volgt van tientallen kortetermijnstrategen. Voorafgaand aan markttoppen schommelt de HSNSI in een smalle bandbreedte zonder duidelijke trend. Rond bodems werkt dat totaal anders. Daar zakt de HSNSI naar extreem lage niveaus, vaak precies op het moment dat de markt draait.

Gemiddeld staat de HSNSI op de dag van een bullmarkttop maar iets hoger dan vijftig dagen eerder. Bij de bodem van een bearmarkt is het verschil juist enorm: de HSNSI ligt dan 46 procentpunt lager. Dat geeft aan hoe ver de stemming kan wegzinken als beleggers de hoop laten varen.

Wat zegt dit over de huidige markt?

Geen twee toppen of bodems verlopen hetzelfde. Daarom blijft het interpreteren van dit soort historische patronen een kwestie van inschatting en context. Toch kan het helpen om te kijken of de huidige markt overeenkomsten vertoont met eerdere toppen.

De recente bewegingen van de S&P 500 passen in het beeld. In de weken voor de top van eind oktober was de markt opvallend kalm. Er was geen uitzonderlijke versnelling die deed denken aan de spiegeling van een bodem. De index steeg wel, maar niet harder dan in eerdere jaren. De volatiliteit lag zelfs onder het gemiddelde van de afgelopen periode.

Ook het beleggerssentiment wijst niet op extreme euforie. De HSNSI stond op de dag van de top wel hoog, maar slechts zes procentpunt hoger dan twee maanden eerder. Vergeleken met andere momenten van uitgesproken optimisme valt dat mee. Er was geen teken dat kortetermijnbeleggers massaal hun blootstelling opvoerden alsof er niets meer kon misgaan.

Deze gelijkenissen impliceren niet automatisch dat een nieuwe bearmarkt is begonnen. Markten kunnen altijd verder stijgen, en geen enkel patroon garandeert een uitkomst. Toppen blijken zelden duidelijk herkend te worden op het moment dat ze gevormd worden.